Er gaat nauwelijks een week voorbij zonder een bericht over tekorten in de mondzorg. Te weinig tandartsen, te weinig mondhygiënisten, wachtlijsten en patiëntenstops.

Dat klopt allemaal. Alleen wordt er zelden gekeken naar wat er ín de praktijk gebeurt zodra iemand eenmaal binnen is.

Praktijken werven volop. Er wordt geadverteerd, gebeld en rondgevraagd. Zodra er iemand binnenkomt is er opluchting. Wat daarna gebeurt, krijgt veel minder aandacht.

Want terwijl er aan de voordeur volop wordt geworven, staat de achterdeur wijd open.

Wat er gebeurt zodra iemand binnen is

Een nieuwe medewerker ziet binnen twee weken hoe het er werkelijk aan toe gaat. Protocollen die niemand kent, afspraken die per behandelkamer verschillen, een inwerkperiode die neerkomt op meekijken bij wie toevallig tijd heeft en een agenda die van patiënt naar patiënt loopt. Wie dat aantreft, staat vaak binnen een jaar weer buiten.

Werven met de achterdeur open is dweilen met de kraan open.

Mensen verlaten hun werkgever, zelden hun vak

De cijfers hierover zijn eenduidig. Pensioenfonds PFZW onderzocht waarom mensen in zorg en welzijn opstappen en kwam uit bij twee redenen die al jaren bovenaan staan. Het management en de organisatie werden genoemd door 35 procent. De inhoud van het werk door 34 procent. Een hoge werkdruk volgt met 28 procent.

Wat daarbij opvalt: wisselende leidinggevenden, afspraken die weer worden teruggedraaid en beslissingen die over het hoofd van medewerkers heen worden genomen. Stuk voor stuk zaken die met de inrichting van de organisatie te maken hebben.

Het landelijk uitstroomonderzoek onder ruim 17.000 zorgmedewerkers laat hetzelfde zien. De motivatie voor het vak blijft groot. Wat mensen verlaten is hun werkgever, meestal om roosters die te weinig meebewegen, om werkdruk en om een privésituatie waar te weinig ruimte voor is. Van de kleine groep die de sector helemaal verlaat, wil 65 procent later terugkeren.

Nog een cijfer om even bij stil te staan: uit onderzoek van RegioPlus onder ruim 33.000 medewerkers beveelt 14 procent de eigen werkgever aan bij vrienden of familie. Bijna de helft raadt het juist af. Reken dat om naar een team van tien: dan is er ongeveer één die uw praktijk zou aanbevelen.

Mensen zoeken zelden een ander vak. Ze zoeken een andere baas.

Wat dat betekent in een tandartspraktijk

Die onderzoeken gaan over zorg en welzijn in het algemeen. Vertaal ze naar de behandelkamer en het wordt herkenbaar.

Neem de reden die bovenaan staat: het management en de organisatie. In een tandartspraktijk gaat dat over hele gewone dingen. Wie geeft de opdracht voordat een assistent gaat röntgenen? Waarom wordt de sterilisatie per dienst anders gedaan? Waarom liggen de afspraken in kamer 1 anders dan in kamer 3? En hoe zijn kwaliteit en veiligheid eigenlijk georganiseerd?

De tweede reden is de inhoud van het werk. Mag iemand doen waarvoor zij is opgeleid? Een mondhygiënist die haar bevoegdheden nergens kan inzetten, een assistent die al twee jaar wacht op scholing die haar was beloofd, een preventieassistent die vooral gaten in het rooster opvult.

De derde reden is werkdruk. In de mondzorg is dat vaak een agenda die van patiënt naar patiënt loopt. Zonder de korte momenten waarop je even iets kunt navragen, wordt elke vraag een onderbreking.

Vooral de jongste groep vertrekt snel weer

Bij medewerkers tot 34 jaar verlaat ongeveer 45 procent de werkgever binnen twee jaar. Bij vijftigplussers is dat 26 procent. De jongste groep noemt daarbij vooral het ontbreken van ontwikkelmogelijkheden, de oudste groep noemt werkdruk.

Voor de mondzorg is dat een gevoelig gegeven. Werken er drie jonge assistenten in uw praktijk, dan staat er statistisch gezien binnen twee jaar meer dan één van hen ergens anders. Terwijl juist die groep degene is die u de komende twintig jaar nodig heeft.

Werven zonder organisatie kost dubbel

Een vertrekkende medewerker kost meer dan de wervingskosten alleen. Er gaat kennis de deur uit, het inwerken begint opnieuw en de collega's die blijven vangen het intussen op. Precies die groep raakt daarvan het meest vermoeid, waarna de volgende vertrekt.

Het goede nieuws zit in diezelfde cijfers. Vertrek komt zelden door het vak zelf en meestal door de randvoorwaarden eromheen. Daaraan valt iets te doen. Dat werk begint ruim voordat er iemand opzegt.

En de vergrijzing dan?

Tot zover de achterdeur. Want wie over het tekort begint, komt binnen twee zinnen uit bij de vergrijzing. Dat is de verklaring die het vaakst wordt gegeven. Die verdient een eerlijke blik.

De vergrijzing speelt inderdaad mee. Alleen anders dan vroeger. Het aandeel 75-plussers zonder eigen tanden daalde van 53 procent in 2009 naar 25 procent in 2025. Waar een volledige prothese vroeger het einde van de behandelrelatie betekende, is er nu een gebit dat onderhoud vraagt.

Die groep komt ook vaker langs. Een 75-plusser had in 2025 gemiddeld 3,2 contacten per jaar met de tandarts, tegenover 1,6 in 2014. Tegelijk gaat ongeveer één op de vijf tandartsen de komende jaren met pensioen, terwijl de jaarlijkse instroom van nieuwe tandartsen ongeveer driekwart van die uitstroom bedraagt.

Toch is de conclusie dat er simpelweg meer handen bij moeten, te snel. Preventie heeft ervoor gezorgd dat mensen hun gebit houden. Een goed onderhouden gebit vraagt onderhoud en controle. Het vraagt zelden een reeks ingrijpende behandelingen.

Wat wel verandert, is waar die zorg plaatsvindt. Van de 75-plussers woont 92 procent zelfstandig en van de negentigplussers nog altijd twee derde. Naarmate mensen ouder worden nemen de bezoeken aan de mondzorgverlener af, terwijl het contact met andere zorgverleners juist toeneemt. Ze stoppen met komen zonder dat iemand het merkt, waarna problemen ongemerkt verergeren. Het Nivel schatte dat het bij ruim 300.000 65-plussers om een slechte mondgezondheid gaat.

Zorg die naar de patiënt toe gaat vraagt om een praktijk die haar zaken op orde heeft. Wie de organisatie nog met kunst en vliegwerk overeind houdt, komt aan dit soort vraagstukken eenvoudigweg niet toe.

Daarmee komen de twee verhalen samen. De vraag stijgt en het aanbod krimpt, dus elke medewerker die vertrekt kost u meer dan een paar jaar geleden. De vergrijzing verklaart het tekort dus maar voor een deel. Wat zij vooral doet, is de prijs van die openstaande achterdeur opdrijven.

En dan de andere kant

Terwijl praktijken zoeken, zit er in andere praktijken een groep die overweegt om iets anders te gaan doen. Onderzoek van Indeed onder ruim vijftienhonderd Nederlandse werkenden laat zien dat elf procent tijdens de vakantie besluit ander werk te zoeken. Nog eens zestien procent is ontevreden en blijft toch, omdat de stap te groot voelt.

Die tweede groep is de grootste en tegelijk de stilste. Ze reageren nergens op, want ze zijn nergens actief naar op zoek. En de drempel om dat te veranderen is hoog: een brief schrijven, een cv opzoeken van jaren geleden en uitleggen waarom je weg wilt, terwijl je alleen wilde weten wat er nog meer is.

Er is een verschil tussen niemand beschikbaar en niemand zichtbaar.

Hoe Praktijk op Orde dit oppakt

Het tekort heeft dus twee kanten. Praktijken die mensen verliezen om redenen die met de organisatie te maken hebben. En mensen die willen bewegen terwijl de stap hun te groot lijkt. Praktijk op Orde werkt aan allebei, want het een lost het ander op.

Voor de praktijk: eerst de achterdeur dicht

Een praktijk waar de afspraken kloppen, waar duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en waar de agenda ruimte laat, houdt zijn team langer vast. Dat zijn precies de punten die in het uitstroomonderzoek bovenaan staan. Daar helpt Praktijk op Orde bij, met een doorlichting van de praktijk en met hulpmiddelen om het daarna zelf op orde te houden.

Dat werk doet u voordat er iemand opzegt. Het scheelt u een vacature. Dat is de goedkoopste vacature die er bestaat.

Voor de praktijk: kijk eens in de talentenbank

Zoekt u iemand, kijk dan eerst wie er al openstaat voor een volgende stap. In de talentenbank staan de mensen die nergens op een vacature reageren, omdat ze nergens actief naar op zoek zijn. Dat is precies de groep die u met adverteren nooit bereikt.

Legt u uw vacature liever zelf neer, dan kan dat via Werving in eigen hand. Wilt u weten hoe wij te werk gaan, neem dan een kijkje op de recruitmentpagina.

Voor wie zelf toe is aan iets anders

Zet uw beschikbaarheid gewoon in de talentenbank. Dat gaat zonder brief, zonder cv en zonder sollicitatie. U vertelt kort wie u bent en waar u naar zoekt.

Daarna hoeft u niets. Uw huidige werkgever komt de aanmelding nergens tegen, dus u kunt rustig rondkijken voordat u iets besluit. Komt er iets langs dat past, dan hoort u het. En zo merkt u vanzelf of er belangstelling voor u is.

Tot slot

Zolang praktijken werven terwijl de achterdeur openstaat, blijft het tekort bestaan. Ook wanneer er morgen twee keer zoveel mensen worden opgeleid.

De winst zit aan twee kanten. Zorgen dat mensen blijven. En zorgen dat de mensen die willen bewegen elkaar kunnen vinden.

Dus: zet uw praktijk op orde voordat iemand vertrekt. Kijk in de talentenbank voordat u een advertentie schrijft. En bent u zelf toe aan iets anders, zet uw beschikbaarheid erin en wacht rustig af.

Bronnen