Dertig praktijken krijgen dit jaar bezoek van de IGJ. Dat bezoek duurt slechts een uurtje.
Vorige week verscheen het rapport van een van de eerste bezoeken. Die praktijk had het mooi op orde.
Wat mij verbaast, is dat dit onderzoek wel nodig blijkt. Een infectieziekte die je heel makkelijk kan oplopen en vanwege de werkzaamheden een best groot risico in de mondzorg. En het blijkt lastig om voor iedere medewerker aantoonbare bescherming te kunnen laten zien
De assistent die het nog zou opsturen
Zo gaat het meestal. Een nieuwe assistent begint, iemand vraagt haar om het bewijs van haar hepatitis B-vaccinatie en zij zegt dat ze het thuis zal opzoeken. Daarna volgt er nooit een moment waarop iemand vaststelt dat het uitblijft.
Herkent u dit? Schiet het u nu ook te binnen dat het vaker zo gaat?
Precies daar gaat dit toezicht over. Wat de inspectie beoordeelt, is hoe een praktijk haar personeelsdossiers beheert.
Zo verliep het bezoek bij deze praktijk
Vorige maand verscheen het rapport van een van de eerste bezoeken uit deze ronde, te vinden bij de toezichtdocumenten van de IGJ. Die praktijk kreeg begin juni een brief, legde op de afgesproken dag de documenten klaar en na ongeveer een uur was het toezicht afgerond. De inspectie beoordeelde de vaccinatiebewijzen en de titerbepalingen van iedereen die patiëntgebonden en risicovolle handelingen uitvoert, stelde vast dat de praktijk aan de norm voldeed en sloot het toezicht.
Dat is het verloop bij deze praktijk. Wat de inspectie in een ander geval doet, hangt af van wat zij aantreft.
Waarom de inspectie hier bovenop zit
Van de drie virussen die via bloed worden overgedragen, is hepatitis B veruit de besmettelijkste. Na een prikaccident met besmet bloed ligt de kans op overdracht rond de 10 tot 30 procent. Bij hepatitis C is dat 1 tot 3 procent en bij hiv 0,1 tot 0,3 procent. Hepatitis B is dus vele malen besmettelijker dan de twee virussen waar in de praktijk vaak meer angst voor bestaat.
Tegen hepatitis B kunt u zich laten vaccineren, wat de kans op besmetting na een prikaccident tot vrijwel nul terugbrengt. Voor hepatitis C bestaat die mogelijkheid nog steeds niet.
Daar komt de aard van het werk bij. In de mondzorg wordt gewerkt met scherpe instrumenten en naalden in een kleine ruimte vol bloed en speeksel, met vingertoppen die de behandelaar zelf soms niet ziet. De inspectie noemt dat risico op bloed-bloedcontact tussen zorgverlener en patiënt met zoveel woorden als reden voor dit toezicht.
Wat er aantoonbaar aanwezig moet zijn
De inspectie kijkt naar de medewerkers die risicovormende handelingen uitvoeren. Dat zijn handelingen waarbij bloed-bloedcontact met een patiënt mogelijk is. Denk aan gehandschoende vingertoppen die in contact komen met scherpe instrumenten, naalden of scherpe gebitselementen terwijl ze buiten het zicht zijn. In de mondzorg vallen daar tandartsen, mondhygiënisten, orthodontisten, orthodontie-assistenten en tandartsassistenten onder.
Voor die groep hoort op de werklocatie een kopie te liggen van het vaccinatiebewijs en van de uitslag van de titerbepaling anti-HBs. De eenheid staat daarbij vermeld in IE/L of mIE/ml. Ligt de titer onder de norm, dan komt daar de driemaandelijkse controle op HBsAg en anti-HBcore bij.
Hier zit ook het onderscheid dat in dit dossier alles bepaalt. Een risicoloper is iemand die zelf gevaar loopt om besmet te raken. Voor die groep volstaat een titer boven de 10 IE/L. Een risicovormer kan het virus overdragen op een patiënt. Daar geldt een grens van meer dan 100 IE/L. Wie die twee door elkaar haalt, denkt ten onrechte dat het goed zit.
Gevaccineerd zijn is één ding. Kunnen aantonen dat de titer voldoet, is wat de inspectie toetst.
Bij bijna een op de vijf ontbrak het bewijs
Dat dit onderzoek nodig blijkt, verbaast me. Bij de vorige ronde beoordeelde de inspectie de gegevens van 235 medewerkers. Bij 18 procent van hen ontbrak tijdens het bezoek het bewijs van voldoende antistoffen. Ten opzichte van 2019 was het beeld daarmee nauwelijks verbeterd.
Let op de formulering. De inspectie stelt vast dat het bewijs ontbrak. Daarmee zegt zij dat de praktijk het niet kon aantonen. Dat is iets anders dan de conclusie dat iemand onvoldoende beschermd is. Alleen kunt u dat laatste zonder uitslag ook niet weerleggen. En zoals u hierna leest, ontbreekt bij een deel van de medewerkers meer dan alleen het papier.
Drie manieren waarop het misgaat
Het document ontbreekt
De medewerker heeft het thuis liggen, kan het niet meer terugvinden of heeft het nooit aangeleverd. Zij is gevaccineerd, alleen kan de praktijk dat op het moment van het bezoek nergens laten zien. Dit ondervangt u door het vaccinatiebewijs en de titeruitslag op te vragen bij indiensttreding, tegelijk met het diploma en de BIG-registratie.
Het document voldoet inhoudelijk niet
Er staat een getal op het briefje zonder de eenheid erachter, of er staat een waarde die voor een risicovormer te laag is. Dat laatste komt vaker voor dan u zou denken. Een medewerker laat de titer bij haar huisarts bepalen en krijgt te horen dat een waarde boven de 10 volstaat. Voor een doktersassistent klopt dat ook, want die werkt als risicoloper. De mondzorgprofessional wordt daarmee over één kam geschoren met een beroepsgroep waarvoor een andere grenswaarde geldt. Uw medewerker komt vervolgens terug met een uitslag waar zij tevreden mee is en waar de inspectie anders naar kijkt.
Stuur uw medewerker daarom met de richtlijn op zak, of laat vaccinatie en titerbepaling begeleiden door een arbodienst of vaccinatiebureau dat de mondzorg kent.
Niemand bewaakt het proces
De derde manier is de saaiste en tegelijk de hardnekkigste. Er is niemand aangewezen die opvraagt, controleert of het binnenkomt en signaleert wanneer het uitblijft. Er volgt ook nooit een moment in het jaar waarop de hele lijst wordt nagelopen.
Zo ontstaan de gaten vanzelf, zonder dat iemand daarin iets fout heeft gedaan. Iedereen ging ervan uit dat een ander het had gecontroleerd.
Zij is beschermd. De patiënt misschien niet
Hier gaat het over meer dan een document. Dit is het onderdeel dat mij de meeste zorgen baart. Het wordt ook zelden goed begrepen.
Neem die medewerker met een titer van 45. Voor haar eigen bescherming zit dat prima, want boven de 10 IE/L is iemand zelf beschermd tegen besmetting. Zij loopt dus weinig risico en zij hoort van haar huisarts terecht dat het goed zit.
Alleen gaat de norm van 100 IE/L over iets anders. Die bestaat om de patiënt te beschermen. Bij een waarde daaronder is de reactie op de vaccinatie zwakker dan gewenst. Daarmee blijft de mogelijkheid open dat de medewerker zelf drager is van het virus. Juist daarom schrijft de richtlijn bij zo'n uitslag een tweede vaccinatieserie voor. Blijft de respons daarna uit, dan volgt onderzoek naar dragerschap met HBsAg en anti-HBcore, volgens de landelijke richtlijn van het RIVM.
Zolang die stappen uitblijven, weet niemand of deze medewerker het virus kan overdragen tijdens een behandeling. Zij denkt dat het geregeld is. De praktijk gaat daarvan uit. En de patiënt gaat er helemaal van uit.
De titer van 10 beschermt uw medewerker. De titer van 100 beschermt uw patiënt.
Dat is de reden waarom deze controle bestaat. De inspectie zoekt hier weinig administratie. Zij zoekt de medewerker die denkt dat het goed zit, terwijl dat voor de patiënt nooit is nagegaan.
Waar het werkelijk over gaat
Deze controle vraagt weinig kennis en zeker weinig papierwerk. Zij vraagt een personeelsdossier waarin de juiste gegevens worden opgevraagd, gecontroleerd en jaarlijks nagelopen. Zodra één van die stappen zonder eigenaar zit, ontstaan de gaten.
Mijn ervaring is dat deze controle veel zegt over de manier waarop een praktijk haar personeelsdossiers beheert. Waar de titeruitslagen compleet zijn, zijn meestal ook de functiekaarten en de scholingsoverzichten in orde. Waar het hier misgaat, ontbreekt het zelden aan kennis en meestal aan een systeem dat ervoor zorgt dat dit soort zaken vanzelf terugkomt.
Loop het daarom eens na voordat er een brief op de mat ligt. Van welke medewerkers ligt de uitslag op de praktijk? Staat de eenheid erbij? Is de grens van 100 IE/L gehaald? En wie gaat erachteraan wanneer er iets ontbreekt?
Wilt u weten hoe uw praktijk hierop staat, dan brengt de praktijkscan dat in kaart. In de Praktijktools vindt u de hulpmiddelen om het personeelsdossier op orde te brengen en te houden.
Bronnen
- IGJ, Toetsingskader Hepatitis B-vaccinatiestatus in de mondzorg, april 2026.
- IGJ, Toezichtdocumenten, waar de rapporten van de inspectiebezoeken worden gepubliceerd.
- IGJ, Veelgestelde vragen over hepatitis B en vaccinatie in de mondzorg.
- IGJ, Betere bescherming tegen hepatitis B nodig in de mondzorgpraktijk, 2024.
- Landelijke richtlijn Preventie van transmissie van hepatitis B-virus door risicovormend medisch personeel, LCI-richtlijnen, RIVM.
- Nursing, over de kans op transmissie bij hepatitis B, hepatitis C en hiv.
- KNMT, Inspectie doet weer onderzoek naar hepatitis B-vaccinatie, april 2026.